Een verhaal over moed, hopen tegen beter weten in, vallen, opstaan en opnieuw beginnen, geloven in het onmogelijke, doen wat ondenkbaar is. Of, met de woorden van de Ierse filosoof Charles Handy: “Redelijke mensen proberen zich aan de werkelijkheid aan te passen, onredelijke mensen proberen de wereld aan hun geweten aan te passen.” Een pleidooi voor onredelijkheid.
Tijdens en na haar studie orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht werkte Colet van der Ven (1957) in de hulpverlening. Onder andere in India en Haïti met terminale patiënten, in Parijs met prostituees en in Amsterdam met jeugddelinquenten en drugsverslaafden. In 1985 maakte ze de omslag naar de journalistiek. Zij presenteerde voor radio en televisie en maakte interviews en reportages voor landelijke dag- en weekbladen en filosofieprogramma’s voor De Nieuwe Liefde. Daarnaast was ze voorzitter van Onfile, de associatie voor gevluchte journalisten en is ze lid van het liturgisch team van de Dominicusgemeente in Amsterdam. Ze publiceerde een tiental boeken waaronder “Het kwaad en ik”, een persoonlijke zoektocht naar de wortels van geweld. In 2017-2018 studeerde ze integratieve psychotherapie aan De Nederlandse Academie. Sinds 2018 heeft ze, naast haar journalistieke werkzaamheden, een eigen therapeutische praktijk aan huis.