Waarop mogen we hopen? Hoop heeft met tijd, en met het verwachten van het onverwachte van de toekomst te maken. Die tijd laat ons niet alleen reflecteren op het verleden of vrezen voor wat komen gaat, maar doet ons ook reiken naar een toekomst, die nooit van tevoren geheel bepaald kan worden.
Hoop richt zich niet zozeer op een concreet voorwerp of situatie, dan hebben we eerder met een wens van doen, maar met het hopen op iets abstracts als ‘het goede’ of een ‘betere wereld’. Zolang we in leven, en dus in de tijd zijn, zijn we ook gericht op dit ongewisse en onverwachte van de toekomst.
Hoop heeft ook met verhalen, verbeeldingskracht en het stichten van gemeenschappen te maken. In deze lezing biedt Joke Hermsen een breed palet aan filosofische en literaire interpretaties van de verhouding tussen tijd en hoop.
Joke J. Hermsen (1961) studeerde Letteren en Wijsbegeerte en promoveerde in 1993 bij Julie Kristeva en Rosi Braidotti. Ze heeft een twintigtal boeken gepubliceerd; deze werden genomineerd voor belangrijke literaire prijzen. Tijd, kunst en de liefde zijn terugkerende thema’s, maar ook schreef ze over gender en over vergeten vrouwelijke denkers en beeldend kunstenaars, o.a. in Ogenblik & eeuwigheid. Onlangs bundelde ze haar filosofische essays over de tijd in ‘Tijd is hoop’ (2025). Zie ook www.jokehermsen.nl.